Anti- pestprotocol van BAL en BPL.

Informatie over ons beleid tegen pesten voor spelers en ouders, trainers/coaches en coaches.

Wat is pesten?

We spreken van pestgedrag als dezelfde speler[1] regelmatig en systematisch bedreigd en geïntimideerd wordt. Pesten is een vorm van geweld en daarmee grensoverschrijdend en zeer bedreigend. Er is een verschil tussen plagen en pesten. Bij plagen zijn twee personen aan elkaar gewaagd, bij pesten is er altijd één het slachtoffer dat niets terug kan of durft te doen. Een sportklimaat waarin gepest wordt, tast iedereen aan. In een team waar gepest wordt, kunnen alle teamleden slachtoffer worden. Pestgedrag moet dan ook door iedereen serieus worden genomen.

Het lastige is dat veel pestgedrag zich in het verborgene afspeelt, zodat het moeilijk is om er greep op te krijgen. En zelfs als het pestgedrag wordt opgemerkt, weten mensen niet altijd hoe ze ermee om kunnen gaan.

 Hoe wordt er gepest?

  • Met woorden:

vernederen, belachelijk maken, schelden, dreigen, met bijnamen aanspreken, gemene briefjes, mailtjes, apps sturen. Roddelen en leugens vertellen. Discrimineren op afkomst, uiterlijk of seksuele voorkeur.

  • Lichamelijk:

trekken aan kleding, duwen en sjorren, schoppen en slaan, krabben en aan haren

trekken, iemand expres op de grond duwen, de bal expres veel te hard aanspelen, iemand laten struikelen, klem zetten of opsluiten.

  • Uitsluiten:

doodzwijgen en negeren, uitsluiten van teamactiviteiten. Niet de bal aanspelen tijdens trainingen en wedstrijden.

  • Stelen en vernielen:

afpakken en/of verstoppen van kledingstukken, sporttas, bal en persoonlijke bezittingen, fiets beschadigen.

  • Afpersing en intimidatie:

dwingen om geld of spullen af te geven, het afdwingen om iets voor de pestende speler te doen, een speler achterna blijven lopen of hem ergens bedreigend opwachten, de doorgang versperren.

  • Digitaal:

Pesten via telefoon, computer of digitale devices, sociale media en apps.

De gepeste speler

Sommige spelers lopen meer kans gepest te worden dan anderen. Dit kan met hun uiterlijk, gedrag, gevoelens en sociale uitingsvormen te maken hebben. Bovendien worden spelers pas gepest in situaties, waarin pesters de kans krijgen om een slachtoffer te pakken te nemen, dus in onveilige situaties.

 De pester

Pesters zijn vaak de sterkeren in hun groep. Zij zijn of lijken populair maar zijn dat

uiteindelijk niet. Ze dwingen hun populariteit af door stoer en onkwetsbaar gedrag.

Van binnen zijn ze vaak onzeker en ze proberen zichzelf groter te maken door een ander kleiner te maken.

Pesters krijgen vaak andere spelers mee, want wie meedoet, loopt zelf de minste kans om slachtoffer te worden. Doorgaans voelen pesters zich niet schuldig want het slachtoffer ‘vraagt’ er immers om gepest te worden. De inzet van het pestgedrag is altijd macht door intimidatie.

De meelopers

Meelopers zijn spelers die incidenteel meedoen met het pesten. Dit gebeurt meestal uit angst om zelf in de slachtofferrol terecht te komen, maar het kan ook zo zijn dat meelopers stoer gedrag wel interessant vinden en dat ze denken in populariteit mee te liften met de pester. Verder kunnen spelers meelopen uit angst vrienden of vriendinnen te verliezen.

De meeste spelers houden zich afzijdig als er wordt gepest. Ze voelen zich wel vaak schuldig over het feit dat ze niet in de bres springen voor het slachtoffer of hulp inschakelen.

Rol ouders

Omdat pesten veelal gebeurt achter de rug van de trainer om, is het belangrijk dat ook ouders hier alert in zijn. Merkt u dat uw kind gepest wordt, stap dan meteen naar de trainer van uw kind.

Het anti-pest protocol

Het anti-pestprotocol is een vastgelegde wijze waarop we het pestgedrag  in voorkomende gevallen benaderen. Het biedt alle betrokkenen duidelijkheid over de gevolgen, de ernst en ook specifieke aanpak van dit ongewenste gedrag.

Uitgangspunten bij het anti-pestprotocol

 

  1. BAL heeft een inspanningsverplichting om pestgedrag te voorkomen en aan te pakken door het scheppen van een veilig sportklimaat waarbinnen pesten als ongewenst gedrag wordt ervaren en in het geheel niet wordt geaccepteerd.

 

  1. Als pesten en pestgedrag plaatsvindt, ervaren we dat als een probleem voor BAL zowel voor de gepeste speler, trainers/coaches, ouders, de spelers, de pester(s) en de ‘zwijgende’ groep spelers.

 

  1. Trainers/coaches moeten tijdig inzien en alert zijn op pestgedrag in algemene zin. Indien pestgedrag optreedt, moeten zij duidelijk stelling en actie ondernemen tegen dit gedrag.

 

  1. Wanneer pesten, ondanks alle inspanningen weer optreedt, wordt het anti-pestprotocol uitgevoerd.

 

  1. Dit anti-pestprotocol wordt door het bestuur van BAL onderschreven en wordt ook met trainers/coaches besproken en ter inzage aangeboden.

Protocol: maatregelen en procedure

Preventieve maatregelen:

De trainers/coaches bespreken met de spelers van elk team de algemene afspraken en regels aan het begin van het seizoen. Het onderling plagen en pesten wordt hier benoemd en de 10 regels worden besproken.

De 10 regels zijn:

  1. Je accepteert een andere speler zoals hij is en je discrimineert niet.
  2. Je scheldt een andere speler niet uit en je verzint geen bijnamen, een speler wordt altijd aangesproken bij de voornaam.
  3. Je lacht een andere speler niet uit en je roddelt niet over andere spelers.
  4. Je beoordeelt andere speler niet op zijn uiterlijk of gedrag.
  5. Je sluit een andere speler niet buiten.
  6. Je bedreigt elkaar niet en je doet elkaar geen pijn.
  7. Je komt niet zonder toestemming aan de spullen van een ander.
  8. Je bemoeit je niet met een ruzie door zomaar partij te kiezen.
  9. Als je zelf ruzie hebt, praat het eerst uit. Lukt dat niet dan meld je dat bij de trainer.
  10. Als je ziet dat een speler gepest wordt, dan vertel je dat aan de trainer. Dat is dan geen klikken.

Indien er sprake is van pesten dan zullen de trainers/coaches een gesprek hebben met de gepeste en de pester om het pesten te stoppen. De pester krijgt daarnaast een schriftelijke waarschuwing.

Strafmaatregelen:

Indien er sprake is van herhaald pestgedrag worden de ouders van de pester in het bijzijn van de pester op de hoogte gesteld van het ongewenste gedrag van de pester. Hierbij is ook een lid van het bestuur aanwezig. Hierbij worden de afspraken met de pester doorgesproken en vastgelegd. Ook de op te leggen sancties bij overtreding van de afspraken worden daarbij vermeld. De pester krijgt ook een tweede schriftelijke waarschuwing.

Indien het pestgedrag van de pester blijft doorgaan, dan zal de pester een derde en laatste waarschuwing krijgen. Als het pesten na deze derde waarschuwing niet is gestopt dan zal de speler geroyeerd worden bij de vereniging en als hij lid is van de basketbalacademie, zal hij verwijderd worden van de academie. Dit ontslaat hem niet van het betalen van de financiële verplichtingen behorende bij zijn contract voor dat seizoen.

Na de eerste waarschuwing worden het gepeste kind en de pester in de gaten gehouden.  We maken gebruik van  een aanpak waarbij de gepeste speler, de pester, het team, de trainers en de ouders betrokken worden. Daarnaast kijken we of er mogelijke oorzaken zijn waardoor het pestgedrag ontstaat, door bijvoorbeeld een onveilige sfeer in het team.

 

  1. Steun bieden aan de speler die gepest wordt:
  • Naar de speler luisteren en zijn probleem serieus nemen
  • Met de speler overleggen over mogelijke oplossingen
  • Samen met de speler werken aan oplossingen
  • Ouders van de gepeste speler blijven informeren.

 

  1. Steun bieden aan de speler die zelf pest:
  • Met de speler bespreken wat pesten voor een ander betekent
  • De speler helpen om op een positieve manier relaties te onderhouden met andere

spelers

  • De speler helpen om zich aan regels en afspraken te houden
  • Ouders van de pester blijven informeren.

 

  1. Het team betrekken bij de oplossingen van het pestprobleem:
  • Met de spelers praten over pesten en over hun eigen rol daarbij
  • Met de spelers overleggen over mogelijke oplossingen en over wat ze zelf kunnen

bijdragen aan die oplossingen

  • Samen met de spelers werken aan oplossingen, waarbij ze zelf een actieve rol

spelen.

 

  1. De trainer steunen bij het aanpakken van het pesten:
  • Het bestuur en/of de technische commissie geeft de trainer informatie over het

aanpakken van pesten in het team.

 

  1. De ouders steunen:
  • Ouders die zich zorgen maken over pesten, serieus nemen
  • Informatie en advies geven over pesten en de manieren waarop pesten kan worden

aangepakt

  • In samenwerking tussen BAL en ouders het pestprobleem aanpakken;
  • Zo nodig ouders doorverwijzen naar deskundige ondersteuning.

[1] Waar speler en hij staat, kan ook speelster en zij worden gelezen.

Start typing and press Enter to search